Certificerende en keurende instellingen (cki’s) in de asbestsector zijn de afgelopen jaren terughoudend geworden als het gaat om het opleggen van sancties. Daarmee worden de strengere regels voor het verwijderen van asbest, die per 1 februari 2012 gelden, niet goed toegepast. Dit concludeert de Inspectie SZW uit een onderzoek nadat sinds februari 2012 een nieuw certificatieschema asbestverwijdering van kracht is gegaan.

Om de veiligheid van personen die werkzaam zijn bij asbestbedrijven meer te garanderen, zijn sinds januari 2012 de regels voor het verwijderen van asbest aangescherpt.
Cki’s hebben een centrale rol bij het controleren van de juiste toepassing van deze regels. Doortastend handelen van cki’s zorgt er voor dat asbest op een veilige manier wordt
verwijderd. Consequent optreden bestendigt het vertrouwen in het certificatiestelsel. De Inspectie SZW kan dan haar capaciteit inzetten op die terreinen waar geen certificatieplicht geldt.

De Inspectie SZW constateert echter dat het aantal opgelegde sancties sinds invoering van de nieuwe regels fors is gedaald. Zo werden in 2011 door de zes cki’s nog 1470 sancties opgelegd, in 2012 bedroeg dit 720 sancties. Volgens de cki’s komt dit doordat de certificaathouders de regels beter zijn gaan naleven. De Inspectie SZW herkent zich niet in dit beeld, immers het percentage asbestinspecties waar de Inspectie handhavend heeft opgetreden, is in 2012 van 60 naar 70 procent gestegen. Volgens de Inspectie zijn de cki’s bewust terughoudend geweest met het opleggen van sancties. De ingevoerde ‘escalatieladder’ zorgt er namelijk voor dat als er meer sancties worden opgelegd, het certificaat moet worden ingetrokken. De Inspectie is van mening dat de cki’s dit willen voorkomen.