Verlaging van de grenswaarde van asbest amfibolen; wijziging van de risicoklasse-indeling

Het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna Arbobesluit) wordt met ingang van 1 januari 2017 gewijzigd in verband met de invoering van een nieuwe (lagere)
grenswaarde voor blootstelling aan asbest amfibolen op de werkplek. Dit bsluit is op 29 september gepubliceerd in het Staatsblad (nr 340).
De naleving van deze lagere grenswaarden biedt een betere bescherming van de gezondheid van mensen die in hun werk te maken hebben met blootstelling aan asbest amfibolen.
Bijvoorbeeld bij het verwijderen van asbest uit gebouwen. Dit was nodig omdat uit advies van de Gezondheidsraad bleek dat de gezondheidsrisico’s van asbest ernstiger waren dan verwacht.
Met ingang van 1 juli 2014 is het Arbobesluit al aangepast in verband met de herziening van de grenswaarde voor chrysotiel asbest.
Daarbij is de grenswaarde voor chrysotiel verlaagd van 10.000 naar 2.000 vezels per kubieke meter en is in het Arbobesluit een onderscheid gemaakt tussen de twee typen asbest,
namelijk chrysotiel en amfibolen.
Vanwege problemen met de haalbaarheid kon op dat moment de grenswaarde voor asbest amfibolen nog niet worden verlaagd.
Dit gaat nu wel gebeuren. De grenswaarde voor asbest amfibolen wordt verlaagd van 10.000 naar 2000 vezels/m3, op advies van de SER.
Een verdere verlaging naar 300 vezels/m3 wordt op dit moment door de SER nog niet haalbaar geacht.
De SER zal over 5 jaar (of zoveel eerder als mogelijk) opnieuw naar de haalbaarheid kijken.
De wijziging houdt in dat bij verwijdering van materialen waarin asbest amfibolen aanwezig zijn, vaker dan voorheen een blootstelling boven de grenswaarde wordt verwacht,
waardoor er extra eisen worden gesteld aan de bescherming en veiligheid. Ook zullen meer en verdergaande beschermingsmaatregelen moeten worden genomen bij werkzaamheden
met een te verwachten hoge blootstelling aan asbest amfibolen. Werkwijzen zullen soms ingrijpend moeten worden aangepast.
Voor opdrachtgevers kan het betekenen dat zij voor deze categorie werkzaamheden ook meer zullen gaan betalen.

Met het besluit treden ook de wijzigingen op het gebied van de risicoklassenindeling en de eindmeting in werking.
Het Arbobesluit zal zo worden gewijzigd dat er vanaf de ingangsdatum sprake is van een vereenvoudiging van de risicoklasse-indeling.
Er zal feitelijk nog sprake zijn van 2 risicoklassen. Klasse 1 omvat dan werkzaamheden waarbij een vezelconcentratie onder de grenswaarden verwacht wordt.
Klasse 2 zijn de werkzaamheden waarbij een vezelconcentratie boven de grenswaarden verwacht wordt. In situaties van gecombineerde blootstelling
(aan zowel asbest amfbolen als chrysotiel asbest) geldt daarbij dat de effecten van beide typen vezels opgeteld worden: als de som van de concentraties hoger is dan 2000 vezels/m3,
geldt risicoklasse 2.
Er is geen risicoklasse 3 meer. De verzwaarde eindbeoordeling (het meten in de ruimte naast de ruimte waar de werkzaamheden plaatsvinden) wordt afgeschaft.
Van deze verplichting is bij een inventarisatie geen bijzondere toegevoegde waarde gebleken.
Wel zal een deel van de werkzaamheden waarbij een vezelconcentratie boven de grenswaarden wordt verwacht, in risicoklasse 2A gaan vallen.
Dit betreft die werkzaamheden waarbij een overschrijding van de grenswaarde voor asbest amfibolen wordt verwacht. In klasse 2A wordt een aparte bepaling ingevoerd over
de eindmeting na de werkzaamheden: in deze klasse moet, behoudens enkele uitzonderingen, bij de eindmeting een toetswaarde van 2000 vezels/m3 gehanteerd gaan worden.
Voor deze waarde geldt dat deze op dit moment alleen bepaald kan worden door gebruik te maken van de SEM methode (scanning electronenmicroscopie).
Op dit voorschrift zijn enkele uitzonderingen aangegeven: namelijk die situatie waarin uitsluitend sprake is van kleine losliggende oppervlakken onbeschadigd product
waarvoor geen bewerkingen
nodig zijn; en die situaties waarin de (te verwachten) concentratie van asbest amfibolen in de lucht, beperkt is.
Een Ministeriele regeling, die later dit jaar gepubliceerd wordt, zal deze begrippen nader uitwerken.
Voor deze uitzonderingen zal bij de eindmeting een toetswaarde 10.000 vezels/m3 gebruikt mogen worden, net zoals in de rest van risicoklasse 2.
Ook binnen een risicoklasse geldt overigens dat de te nemen maatregelen afgestemd moeten worden op het risico. Dat wil zeggen dat bij werkzaamheden waarbij veel vezels kunnen vrijkomen, maatregelen moeten worden getroffen die de emissie of de blootstelling meer zullen beperken.
Dit gold tot nu toe ook al.